Laatst bijgewerkt: 12-12-2008
Welkom op de officiële jubileumwebsite 125 jaar muziekschool Maastricht!
RSS feed
Website Kumulus Centrum voor Kunsteducatie Maastricht

Gemma Serpenti

 


“Muziek was bij ons thuis even gewoon als eten en drinken. Mijn ouders hadden ook graag muziek gestudeerd als het had gekund, maar dat was in hun tijd alleen iets voor de gegoede burgerij.” Aan het woord is celliste Gemma Serpenti. Net als twee van haar broers (dirigent Peter en violist Guill) koos de Maastrichtse wel voor een muzikale loopbaan.

Als klein meisje kreeg Gemma al pianoles van haar broer. “Ik heb wel veel van hem geleerd, maar toch werkte het niet”, lacht ze. “Liever wilde ik ook cello spelen. Op zondagmiddag gingen we in het oude Staargebouw luisteren naar het LSO. Ik was helemaal gefascineerd door de cello’s. De klank van het instrument imponeerde me vanaf het begin.”

Toen ze een jaar of 9 was, kwam Gemma terecht bij muziekschooldocent Chrétien Bonfrère. De cellist, een kennis van haar vader, bekeek haar handen en liet haar voorspelen. Bonfrère zag wel wat in haar en gaf haar les van 1964 tot 1972. “De eerste paar jaar kwam hij bij ons thuis. Als ik uit school kwam, zag ik zijn auto al voor de deur staan. Later ging ik naar de Muziekschool, die toen was gevestigd in het huidige Conservatorium. Bonfrère gaf les in de kelder. In die tijd kleedde ik me als echte hippie. Als ik binnenkwam, moest ik van hem eerst al mijn ringen en kettingen af doen. Bijzonder was dat Bonfrère ons ook kamermuziek liet spelen met strijkkwartetten. Ik vond het heerlijk om samen te spelen. Het zegt ook wel wat dat sommige vriendschappen uit die tijd nu nog steeds bestaan.”

Gemma Serpenti

Gemma Serpenti

Te voet

Gemma kent nog bijna al haar oud-docenten bij naam. “Solfège kreeg ik van Pieter van Vliet. Eerst aan de Lenculenstraat, later verhuisden we naar de Heksenhoek. Op zaterdagochtend liep ik daar te voet heen vanaf de Viaductweg. Met mijn cello, toen gelukkig nog maar een halve, in een eenvoudige zak op mijn rug. Pas later, toen ik een groot instrument had, kreeg ik een echt foedraal. Maar zwaar bleef het.”

Al snel ging Gemma meespelen in het muziekschoolorkest, dat onder leiding stond van de heer Aarts. “Als Waal sprak hij moeilijk Nederlands”, vertelt Gemma. “Zo had hij het over ‘de strijk in de stok’, waarmee hij bedoelde dat je de stok aan de snaren moest houden. Veel heb ik ook geleerd van Charles Gilles, die ons de liefde voor componisten bijbracht. Kamermuziekles kregen we toen ook al, van mevrouw Jape Meindert. Maar ik viel echt voor het orkestspel, geweldig vond ik dat.”

Salonorkest

Haar muziekschooldocent Bonfrère was degene die Gemma het zetje gaf dat ze nodig had om door te gaan in de muziek. “Bonfrère was zelf bezeten van de cello”, vertelt Gemma. “Hij adviseerde me over muziek die ik moest kopen en hij was ook degene die zei: ‘Jij moet naar het Conservatorium’.”

Eenmaal op de middelbare school wist Gemma zeker dat ze door wilde in de muziek. “Ik zat op de havo, maar als ik overstapte naar de mavo kon ik sneller naar het conservatorium. Mijn eindexamenjaar heb ik gecombineerd met de voorbereidende klas.”

Gemma voelde zich op het conservatorium als een vis in het water. Ze stapte meteen in bij het Conservatoriumorkest. “Op de muziekschool gaven we al concerten van een behoorlijk niveau, maar daar konden we maanden oefenen voor een uitvoering. In die tijd was Willem Hijstek directeur van het Conservatorium. Een fantastische man. Onder zijn leiding waren alle instrumenten altijd prima in orde en kwam iedereen op tijd. Hijstek was ook degene die mij vroeg om in 1976 het Salonorkest op te richten. De aanleiding was een boekpresentatie waar we moesten spelen. Twee jaar later kwam André Rieu erbij. Uiteindelijk heb ik tot begin 1985 deel uitgemaakt van het orkest.” 

Gemma en Appie

Aan het Conservatorium kreeg Gemma les van cellodocenten Johan de Nobel en Radu Aldulescu. Daarna raakte haar carrière in een stroomversnelling. Ze ging studeren aan de Academia Musicale Chigiana in Siena en aan de International Menuhin Music Academy in Gstaad.

Tegenwoordig werkt Gemma vast bij het Amati Ensemble, het Matty Niël Consort en het Leonardo Kwartet, en als freelancer onder meer bij het LSO, het Brabants Orkest en Blazersensemble RAAK. Ook organiseert ze sinds 2002 jaarlijks in augustus het Bassinconcert. Samen met haar man Appie Drielsma en de stichting 't Bassinconcert weet ze bekende musici aan te trekken die op een ponton in het water een klassiek concert verzorgen.

“De combinatie van al deze dingen bevalt me, ik leer nog iedere dag bij", zegt Gemma. "Maar kamermuziek blijft toch mijn grote liefde.”

 

 

Free counter and web stats